Bericht 65

  • Bericht 65 – Woensdag 16 september
  • Traject : Navarrete – Belorado
  • Afstand : 85 km
  • Weer : slecht; snoeiharde tegenwind en regen, temperatuur redelijk
  • Parcours: hellinkjes en veel over wegen met autoverkeer.

Intussen heb ik, ook vorig jaar meegerekend, al diverse herbergen gehad, maar zo zwijgzaam als het volkje hier in Navarrete was heb ik het nog niet meegemaakt. Het had wel iets van zo’n klooster waar niet wordt gesproken. Af en toe een ‘excusez moi’ en verder veel beschaafd onderling gefluister. Het deed me denken aan die twee Groningers, die elkaar na 30 jaar weer ontmoeten en volstaan met een – nu op z’n Gronings- “moi”. Een “hou is ’t” zit er niet in, want voor je het weet ben je een praatjesmaker. Voordeel was trouwens wel weer, dat het vannacht uitzonderlijk rustig was.

Ik had het nog niet gemeld, maar ik zit intussen in het gebied van de Rioja, bekend om z’n rode wijnen, gerijpt in eiken vaten. Kenners proeven dat……

Logroño, dat ik gisteren bij regen kort aandeed, is het centrum van deze wijnstreek. Wel valt het me op dat de dichtheid van de wijngaarden het lang niet haalt bij die van de wijnstreek rond St. Emillion of Entre-Deux-Mers. Maar hij smaakte prima, het wijntje gisteravond bij het ‘Menu Pelegrino’ in Navarrete. En, zat bij de prijs van het menu in : 10 Euro!
Om 8 uur rij ik door een sereen, nog zonovergoten Spaans landschap in de al genoemde prachtige kleurschakeringen. Ook bospercelen en gordels van bomen, soms cipressen zijn een mooie Mediterrane aanvulling. Ik kies voor de aanbevolen omweg via de kloosters van Yuso en Suso en mijd daardoor de drukke N120. Onderweg, trouwens ook gisteren al, zie ik ‘smokkelvarianten’ van de camino. Hier en daar laten taxi’s wandelaars uit en wensen ze ‘buen camino’. Ook zie ik soms bestelwagens die rugzakken vervoeren. Kennelijk lopen sommige pelgrims bepaalde trajecten met kleine rugzakjes voor de dag en laten ze de massa na- of vooruitbrengen. Die laatstgenoemde optie zou mij ook wel aanspreken, voor lief nemend dat je dan niet bij de ‘echten’ hoort. Maar voor mij zou het veel grotere plezier aan het wandelen zonder die 10 kilo doorslaggevend zijn. Het lijkt wel wat op de manier zoals veel Nederlanders langs de Donau naar Wenen of Budapest fietsen. Dat is toch ook geen schande. Trouwens, wat heet ‘echt’? Bij de 2 kennismakingsrondjes die ik in St.Jean meemaakte viel het me op dat lopers met primair religieuze of spirituele motieven duidelijk in de minderheid zijn.

Intussen is de prachtige dagstart, met ook een mooie regenboog, een slecht voorteken geweest, want na een half uurtje begint het gestaag te regenen. Gelukkig is het niet koud, dus een lange fietsbroek (die ik niet bij me heb) wordt niet gemist. Ook de (tegen)wind begint in kracht toe te nemen, dus het wordt een beetje ‘werken’. Kort bezoek ik Monasterio de Yuso, nooit van gehoord, maar toch werelderfgoed. Liefhebbers? Internet.

Het blijft gestaag regenen, maar gelukkig niet in pijpenstelen. Na Santo Domingo wordt het echt onaangenaam. Behalve de regen wordt de wind stormachtig, zeker windkracht 7 en dan met uitschieters. Vanaf dat moment heb ik niet veel landschap meer gezien. Het koppie gaat omlaag en het asfalt krijgt de volle aandacht. De kleuren variëren een beetje, afhankelijk van de gemeente of de provincie: zwart, grijs of rood.

Herman Finkers zou misschien dichten:

je maakt wat mee op zo’n verre reis
soms is het asfalt zwart
maar soms is het ook grijs
wie verre reizen maakt kan veel verhalen
maar ’t is niet altijd zonneschijn
het is ook wel eens balen

Nee, dit is niet leuk meer. Bij vlagen (!) fiets ik 6 kilometer per uur. Vanwege de auto’s fiets ik over de doorgetrokken witte lijn rechts van de weg, waarnaast nog een halve meter asfalt resteert. Één keer word ik bij een windstoot de berm ingeblazen, maar – in dit geval gelukkig – ik sta toch al bijna stil.

En dan wordt het ook nog on-Spaans: vanaf Tormantos tot Belorado vertoont de weg een lineaalrechte vorm. Het lijkt wel alsof ik in Alberta of in (van horen zeggen) North-Dakota ben. Af en toe sta ik mezelf toe om ‘omhoog’ te kijken, maar door de geringe vorderingen richt ik me snel weer op het asfalt en mijn witte wegmarkering. Ze zouden hier de omringende bergwanden eigenlijk moeten voorzien van die grote, in de rotsen uitgehouwen koppen van onze presidenten Kok, Lubbers, Balkenende en noem nog maar wat favorieten. Zoiets als Mount Rusmore in de Black Hills van Dakota. Dat zou een ‘eenzame fietser’ er een beetje doorheen kunnen slepen. Want Boudewijn de Groot, die het ook zou kunnen doen, is vanwege het windgeruis niet te horen.
Later dan ingeschat, maar toch rond 16.30, bereik ik Belorado, waar ik na enig zoeken in een hele grote albergue mijn gereserveerde bed inneem op een slaapzaal van wel een stuk of vijftien stapelbedden. Ik krijg het bovenbed van nummer 8.

Maar ook hier blijken nadelen weer voordelen te hebben, want door de omvang zijn er erg veel voorzieningen, zelfs een zwembad. Je kunt er ook lekker eten en bier drinken. Allebei gedaan.

image