Bericht 29

29 – Zaterdag 14 juni
Traject: Geen (verblijf Sangüesa)
Afstand: Stadswandeling
Weer: Warm en zonnig; harde wind
Muziek: Een uitbundig live-concert onder arcades door een (very) bigband.

‘Buen camino!’ Dat is het eerste gesproken geluid dat ik vanochtend hoor. Het is half zeven en kennelijk passeren onder mijn raam enkele, al vroeg vertrokken pelgrims. De Camino de Santiago met z’n bekende blauw-gele markeringen loopt dwars door dit stadje en bij mij hier over de brug. Misschien is het een idee voor mij, om vandaag of morgen ook een stukje (op en neer) van de route te lopen. ‘k Heb toch wel de tijd.
Verder lijkt het me ook leuk om nog eens wat meer een beeld te krijgen van het gewone leven hier. Kennen jullie het Drentse dorpje Anderen? Van minstens één van mijn ‘volgelingen’ weet ik het zeker. Tijdens mijn studie had ik een verplicht bijvak Culturele Antropologie , zeg maar volkenkunde. In dat kader las ik het boek dat de Amerikaanse professor Keur – van Nederlandse komaf neem ik aan – schreef over het (gewone) leven in zo’n Drents dorp. Hij verbleef er zelf een jaar en probeerde, zoals goede antropologen dat doen, participerend te observeren. ‘De doppen goed openhouden’, zou mijn vader zeggen. Wat wij soms ‘normaal’ vinden, wist Keur op een boeiende manier te beschrijven: burenhulp, lampionnetje lopen, dingen verslepen op oudejaarsavond. Van die dingen.
Iets in die geest kan ik misschien hier ook proberen, maar ik schrijf nadrukkelijk ‘iets’ want ik ben geen vakman, er is een taalbarrière en …..ik hoop zeker geen jaar te blijven. Dus wellicht is het grootspraak. Maar gisteravond zag ik dus al iets, want is dat nou normaal…..horden kleine kinderen die om half elf ’s avonds nog op straat lopen te voetballen e.d.? Ik zal m’n best eens doen.

Eerst boodschappen doen voor een ontbijt, want de baas moet naar Pamplona. Ik raak al ‘thuis’ want in de Calle Mayor passeer ik – uitgerekend – eerst de fietsenmaker met een brood onder z’n arm en vervolgens word ik begroet vanuit een passerende poltie-auto. Toeval? Is ons waarnemingsvermogen op dit punt te selectief? Het idee dat er iets of iemand ‘aan de knoppen’ zit staat me tegen. Dit is mooi voer voor filosofen of….theologen. Het is immers ook weer bijna zondag.

Bij het toeristenbureau haal ik wat documentatie en krijg wat vragen beantwoord. Wat die kinderen betreft: die zijn al begonnen aan hun ongeveer drie maanden durende zomervakantie! Dus, hoezo op tijd naar bed. Ze vertelt me dat de kinderen in de ook nog warme weken rond de zomervakantie alleen een ochtendrooster hebben en slechts in de ‘koudere’ periode een ochtend- en middagrooster. Let wel, ik heb het nu over de bassischoolleeftijd.
Ik loop langs bezienswaardige gebouwen en bekijk de Kerk van Santiago van binnen. Jacobus hangt – met schelp – in de vorm van een standbeeld boven de ingang. De kerk is van binnen erg somber en donker, maar dat komt door de Romaanse oorsprong: kleine rondboogramen laten niet veel licht door. Achter het altaar is weer heel veel goudkleurige opsmuk te zien. Het is lekker koel in de kerk en er zit één vrouw in een bank te mediteren/bidden. Ook heeft het stadje een aantal mooie huizen uit de Renaissance van rijke families. Het zijn ‘palacio’s’ met o.a. sterk overhangende dakranden, die aan de onderkant – dus voor de voetganger zichtbaar – fraai zijn versierd met houtsnijwerk.
Drink koffie met een zoet baksel bij een panaderia, waar ik de krantenkop zie met een wanhopige
Casillas, de man die vijf keer moest buigen voor Nederland. Een land waar Spanje heel lang geleden ook al mot mee had.
Bij de pelgrimsherberg, waar maandag mijn verblijf in Sangüesa even heel kort begon, haal ik een stempel (sello) voor mijn credencial. Daar tref ik ook weer die ‘Duitser-met-de-spoorbiels’. Die heeft me dus intussen, en nog wel lopend, maar mooi ingehaald. En ik maar denken dat-ie op zou geven.
Ik had het kunnen weten, Duitsers geven nooit op. Grappig trouwens om te ervaren hoeveel herhalingskenmerken zo’n tocht met zich meebrengt: mede-pelgrims, Hermans, toevalligheden, Dalstra, dilemma’s en meer.
Door Jaca, Pamplona en nu Sangüesa ervaar ik ook wat deze Spaanse steden zo kenmerkt: Het zijn vooral de (optisch) smalle straten met de zeer hoog aan beide kanten oprijzende stijle en bovendien kleurrijke gevelwanden die mij regelmatig naar de camera doen grijpen.
In de hoofdstraat (Calle Mayor) staan en zitten veel mensen te luisteren naar een zeer uitbundig live-optreden van een bigband. Vooral de blazers laten van zich horen. Ze spelen o.m. filmmuziek van Enrico Morricone. Dit is echt de carnavalesque sfeer van Spaanstalige landen: Spanje, Mexico, Latijns Amerika.
Nog wat last van de zware hap van gisteren hebbend, besluit ik zelf maar eens een potje te koken. Doet me denken aan m’n kamer in Groningen: een eenvoudige macaroni, bestaande uit pasta, een puntje ( van die lachende) kaas en een potje rode Bolognesesaus. Dat fröbel ik op mijn hotelkamer in elkaar. Alleen de ‘Groningse Smac’ fantaseer ik er bij.
Met een toet van yoghurt best geslaagd. En: eten uit de pan, dus bijna geen afwas.
Na wat uiteenlopende bezigheden in het hotel maak ik nog een wandeling naar het hoog gelegen uitkijkpunt achter het hotel, vanwaar ik een schitterend uitzicht heb op mijn tijdelijke woonplaats.
Dit alles onder de hoede van een enorm Jezusbeeld. Rio de Janeiro in het klein, zeg maar.
Terug in het hotel word ik gebeld door ‘mijn’ politieman, die met mij een afspraak maakt voor komende maandagmorgen 9 uur. Heel correct, prettig en in het Engels. Geruststellend bovendien.
Morgen verder.
Hasta luego.

Op de foto: het dagelijkse leven van de pensionado’s in Sangüesa.

20140614-195748-71868405.jpg