Bericht 20

20 – Vrijdag 6 juni
Traject: van Montesquiou naar Morlaas
Via: Marciac, Maubourguet en Villenave
Afstand: 75 km.
Weer: Strak blauw, lekkere temperatuur, perfect dus een 10!
Muziek: Pop, o.a. Beach Boys, Cat Stevens, Crosby etc. Bijna klassiek eigenlijk.
Bijzonder: Mijn broer is jarig. Vanavond even bellen. Fraternité.

Dubbel
Dubbele gevoelens zijn mij allerminst vreemd. Veel wikken en wegen, veel voordelen en nadelen, veel enerzijds-anderzijds. Ik ben meer van de kleuren en de grijstinten (nee, niet dat boek), dan van het alleen maar zwart of wit. Neem het ‘willen loskomen van thuis’. Ergens wèl (vaste patronen), maar ook ergens bepaald niet (geliefden). Mede dankzij vaardige dochters en schoonzonen ben ik op deze trip goed voorzien van digitale middelen. Elke nacht liggen ze op te laden aan een grote – wel witte -stekkerdoos: IPhones, IPad, Ipod, camera en navigatie. Bellen, mailen, Whatsapp, berichtjes, FaceTime en (nog niet gebruikt) Skype maken veel contact gemakkelijk en ‘loskomen’ moeilijker. Maar ik vind het leuk en geniet er van. Ik kan het zodoende ook gemakkelijker delen. Beschikbaarheid van WiFi is een belangrijke voorwaarde, want anders wordt het allemaal te prijzig. Gisteravond stond ik op straat te ‘facet-timen’ (ja,ja) met de IPad voor de deur van de al eerder genoemde Chambre d’Hôte. En door het apparaat recht voor me houden en panoramisch rond te laten gaan kon ik het thuisfront al beeldbellend even laten meegenieten van de sfeer en het mooie doorkijkje. Gedeelde vreugde is dubbel.

Te binnen geschoten
Ja, punt drie dat ik me gisteren niet kon herinneren: de vers geteerde weg.
Op een zeker moment reed ik over een net vernieuwd wegdek. Het asfalt was nog stroperig en de steenslag net aangebracht. Voor ik het wist zaten mijn banden vol met steentjes. Na ook nog een stukje lopen ben ik – met een Vlaams echtpaar – gestopt en samen hebben we de banden weer geschoond. Fietsen op de kop en daarna profiel boenen met mijn borsteltje, waarmee je golfclubs schoonmaakt. Kwam goed van pas en was bedoeld voor de ketting. Het viel me op dat de voorband meer steentje had opgepikt dan de achterband. Maar ja, die is ook eerder ‘aan de beurt’. Zou je voor ook sneller lek rijden dan achter? Stelling? Op zichzelf genomen zou dat prettig zijn, want een achterwiel eruit halen is een heel gepruts. Oh, oh, nu heb ik me verschreven, want ik wilde me eerst nog niet uitlaten over wat tot nu toe zo goed gaat: nog niet lek gereden. Nou vooruit, gisteren een tegenvaller genoemd, vandaag dan maar een meevaller.

In de krant bij het ontbijt lees ik dat de mais inderdaad is vernietigd. Het heeft niet tot rellen geleid.
Afrekenen: twee bier, diner, slapen, ontbijt €42.
Dan weer de weg op. Het reliëf is wat venijniger. Niet echt hoog, maar wel wat steiler. In het agrarisch grondgebruik vertaalt zich dat in wat meer bomen en grasland op de steilste delen. Permanente bodembedekkers zijn minder erosiegevoelig. Mijn oud-lector W.F.Hermans (ja, die) schreef een boek met die titel. Hermans gaf ons colleges fysische geografie. Dat deed hij saai en plichtmatig. Hij is en was niet mijn fan. Schreef onder meer door het boek ‘Onder professoren’ de frustraties van zich af. Mijn advies: niet lezen. Overigens: Als hij er was (vaak niet namelijk), dan kwam hij uit Haren aanrijden met een witte Morgan.

Vannacht heb ik besloten om de rit naar Oloron- St.Marie in twee etappes te verknippen. Ik ga mijn reserves een beetje verzilveren. Relaxed dagje, terrasje extra.
Plotseling doemen aan de horizon de besneeuwde toppen van de Pyreneeën op. Prachtig en imponerend! In Marciac, een leuk stadje met een door arcaden omringd centraal plein koop ik bij de bakker appelgebak dat net uit de oven komt. Met een koele Cola even lekker zitten.
Ik zie weer veel minder pelgrims. Vermoedelijk liepen onze routes gisteren voor een gedeelte samen.
‘Langs oude wegen’ (de mijne) is niet een echte oude pelgrimsroute. Logisch, want mijn wegen zijn vaak veel later aangelegd. Wèl doet mijn route heel veel met pelgrimage verbonden plekken aan.
De vier echte pelgrimsroutes door Frankrijk zie ik in een Tabac op een serie Europa- postzegels.
Vlak voor mij landt een grote buizerd bij een op de weg liggend kadaver. Ik kijk maar even de andere kant op. Dat lukt goed, want de omgeving is weer erg mooi.

Ik doe nog een mooie, ja zelfs verleidelijke, pelgrimservaring op. Op een zeker moment sta ik even wat bij te komen in de berm na een klimmetje. Er stopt een Ford Focus met daarin een jonge vrouw die me aankijkt en bezorgd vraagt of het wel goed met me gaat. Ik bevestig dat. Ze lijkt me niet te geloven en biedt aan om mij met m’n hele handel in de auto mee naar het eerstvolgende en hoger gelegen dorp te vervoeren. Ik aarzel even, maar wijs haar aanbod toch af. ‘Bien sûre?’ vraagt ze nog een keer. Oui. Later- fietsend – schiet het paradijs uit de pelgrimsrefuge in Chemin me te binnen.

Wat staan er toch allemachtig veel kerken en kerkjes in dit land. Wat een netwerk moet dat destijds zijn geweest. Elk dorpje z’n eigen kerk en dan ook nog een pastoor of kapelaan? Soms lijkt een dorp te weinig geld te hebben gehad voor een echte toren en is er gekozen voor een soort plakvormige ‘geveltoren’. Van opzij een erg ‘zuunig’ gezicht.
Maar ja, tref je bij ons ook geen parallellen in bijv. Limburg en Friesland/Groningen?

Door een ‘deviation’ raak ik wat uit koers en beland bij een schooltje dat zo in een film kan. De juf zit met een gitaar op het plein en de kinderen spelen rondom haar. Ik ben dan natuurlijk een bezienswaardigheid. De juf geeft me een goed advies voor mijn vervolgroute naar Morlaas.
Daar ben ik mooi op tijd: 15.30. De refuge bevindt zich op een camping. Geen beheerder te zien, wel een echtpaar uit Nieuw-Zeeland. Ze lopen van Arles naar St.Pied de Port. Er is een slaapzaaltje met 4 stapelbedden. Zo krijgt ‘down under’ extra inhoud.
Ik installeer mij, neem een douche, doe een was en ga op zoek naar eten en ….wifi (hier niet).

Foto: los komen van patronen, dus vrijdag is vandaag wasdag.

20140606-191053-69053700.jpg